Ontcijfer de coderingen van de fiscus

Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker! Nou ja, het is maar hoe je het bekijkt… Er zijn in ons land veel verschillende soorten belastingen, belastingformulieren en jawel… ook nog verschillende coderingen. Hoe vaak komt het voor dat je op een afschrift een enorm lang kenmerk tegenkomt met als afzender de Belastingdienst? Tja, als het om je eigen administratie gaat dan weet je wel aan de hand van de bedragen welk soort belasting of toeslag het betreft. Echter, als je meerdere klanten hebt met meerdere boekingen van de Belastingdienst en de facturen niet altijd bij de hand, kan het soms onduidelijk zijn waar de bedragen betrekking op hebben.

De Belastingdienst heeft hier wel degelijk logica in aan gebracht. Zoals elk biljet begint met een letter, bijvoorbeeld het F-biljet voor nabestaanden aangifte of het M-biljet voor geëmigreerde belastingplichtigen, zo heeft ook elke betaling een uniek kenmerk.

Het overzicht van de codes is als volgt:
Omzetbelasting
B – Omzetbelasting
F – Naheffingsaanslag omzetbelasting
O – Teruggave omzetbelasting

Loonbelasting
L – Loonheffing
A – Naheffingsaanslag loonheffing
J – Teruggave loonheffingen – bijdrage zorgverzekeringswet

Inkomstenbelasting
H – Inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen
N – Inkomstenbelasting (gemoedsbezwaarden)

Zorgverzekeringswet
W – Zorgverzekeringswet

Vennootschapsbelasting
V – Vennootschapsbelasting

Motorrijtuigenbelasting
M – Motorrijtuigenbelasting
Y – Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting

Toeslagen
T – Eindigend op een 1 – Kinderopvangtoeslag
T – Eindigend op een 2 – Huurtoeslag
T – Eindigend op een 3 – Zorgtoeslag

Overigen
Z – Overige

De codering in cijfers is als volgt:
Voor de letter vind je het fiscale of het Burgerservicenummer. Na de letter vind je de tijdvakcodering en de statuscodering.  Dit werkt zo:

Als eerste wordt het laatste cijfer van het jaar of jaar met periode weergegeven, hierna volgt een statuscodering:

De statuscodes zijn als volgt:
0 tot en met 5 – 1e tot en met de 5e voorlopige aanslag
6 – Definitieve aanslag
7 tot en met 9 – 1e tot en met de 3e navorderingsaanslag

De periodecodes zijn maandnummers of indien kwartalen:
21 – 1e kwartaal
24 – 2e kwartaal
27 – 3e kwartaal
30 – 4e kwartaal

Voorbeelden (0000.00.000 als fiscaal / BSN nummer):
0000.00.000.H.46 – Definitieve aanslag inkomstenbelasting 2014
0000.00.000.B.01.5040 – Omzetbelasting april 2015

Vaak komt het voor dat alleen het betalingskenmerk bekend is. Om toch achter de soort aangifte te komen is op de site van de Belastingdienst een handige tool beschikbaar.  De tool is hier te vinden. Je kunt kiezen voor het uitrekenen van het betalingskenmerk of het uitrekenen van het aangifte-, aanslag- of beschikkingsnummer.

Bespaar jezelf tijd en doe de check als je twijfelt. Zo komen de bedragen juist in de administratie van de klant terecht en voorkom je onnodige correcties in de boekhouding.

Reageer op dit bericht